Kinderfysiotherapie
Waarom kinderfysiotherapie?
Door een verkeerde houding of
verkeerde aangeleerde motoriek kunnen kinderen veel hinder van
ondervinden. Zowel op lichamelijk als op sociaal-emotioneel, het
zelfbeeld en de leermogelijkheden. Dit kan zich uiten in het niet
mee kunnen komen op het schoolplein e/o tijdens de gymnastiek.
Sommige kinderen hebben eenmaal meer oefening nodig om iets te leren
dan anderen. De kinderfysiotherapeut probeert door middel van
adequate diagnostiek en behandeling van het bewegend functioneren
een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het kind. De
kinderen krijgen net dat extra steuntje om die vaardigheden zelf
goed uit te kunnen voeren. Andere kinderen met bv een ziekte of een
handicap kunnen middels kinderfysiotherapie een aangepaste manier
aanleren om zo optimaal te leren bewegen. Een kind dat “lekker in
zijn vel”zit kan voor zijn of haar gevoel de hele wereld aan.
De behandeling
De kinderfysiotherapeutische
behandeling sluit aan bij de hulpvraag van het kind, de ouders, de
school of de arts en wordt gekenmerkt door een kindgerichte aanpak.
Middels onderzoek en gestandaardiseerde testen probeert de
kinderfysiotherapeut een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van
het motorisch functioneren van een kind. Hierbij wordt rekening
gehouden met de aandoening, de leeftijd, de ontwikkelingsfase en de
omgevingsfactoren die het bewegingsgedrag beïnvloeden. Tevens wordt
de informatie van de ouders en andere betrokkenen zoals leerkrachten
en huisarts meegenomen in het onderzoek. Op basis van deze
bevindingen wordt een kinderfysiotherapeutische diagnose gesteld en
wordt er, in overleg met de ouders, een behandelplan opgesteld van
het kind. Als het nodig is en de behandeling ten goede komt, vindt
de behandeling thuis plaats bij baby’s van 0-2 jaar en bij kinderen
met een ernstige handicap.
Wanneer kinderfysiotherapie?
Bij sommige kinderen is er sprake van
een vertraagde of afwijkende ontwikkeling, waar verschillende
oorzaken ten grondslag aan kunnen liggen. Hierdoor kan er te weinig
motorische ervaring opgedaan worden. Als ouders twijfel je wel eens
aan de ontwikkeling van je eigen kind. Maar wanneer moet of kan je
als ouders naar een kinderfysiotherapeut? Hieronder staan enkele
voorbeelden waarvoor je terecht kan bij een kinderfysiotherapeut.
Bij een zuigeling:
is een slappe baby, passief; heeft
een lage spierspanning; is een gespannen baby, strekkertje; heeft
te weinig kracht; is een huilbaby e/o een onrustige baby; heeft
onvoldoende reactie op oogcontact, geluid of aanraking; heeft een
voorkeurshouding, kijkt continue naar dezelfde kant; schakelt een
zijde van het lichaam onvoldoende in, asymmetrie; gaat niet of
laat rollen, kruipt niet of te laat of gaat billenschuiven; heeft
moeite met houdingsveranderingen; heeft een aangeboren syndroom;
heeft een hersenbeschadiging; heeft longproblemen ( astma,
taaislijmziekte); heeft een Erbse paralyse ( slappe verlamming van
een arm); pre-dysmature kind: te vroeg geboren.
Bij een peuter:
heeft een afwijkend looppatroon
bijvoorbeeld een tenenloper; is snel vermoeid (
ademhalingsproblemen); laat houterige motoriek zien, struikelt
vaak e/o is onhandig; heeft overbeweegelijk (hypermobiel)
gewrichten; heeft een spierziekte; heeft een hersenbeschadiging;
heeft een orthopedische afwijkingen; heeft een mentale retardatie.
Bij het oudere kind:
is motorisch onhandig; verliest vaak
het evenwicht ; heeft moeite met stil zitten; heeft moeite met
schrijven; heeft moeite met het bijhouden van het tempo van
school; heeft sensomotorische problemen; heeft DCD, ADHD, NLD; kan
niet helemaal mee komen met de gymlessen op school; maakt veel
bijbewegingen tijdens gevraagde opdrachten; heeft faalangst; heeft
astma; heeft een hersenbeschadiging; heeft een spierziekte; heeft
een houdingsafwijking e/o houdingsproblemen.
Meer informatie of een afspraak? Neem
dan contact met ons op!
terug |